Jaargang 15, nummer 10
29 september 2017

Een stukje geschiedenis van ‘de overblijf’ op Op ’t Hof

SCHOOL - Tot ver in de jaren tachtig van de vorige eeuw was het niet gebruikelijk dat kinderen op de Trichtse basisschool tussen de middag overbleven. Weinig moeders werkten en de kinderen gingen tussen de middag gewoon naar huis (of naar een grootouder of buurvrouw) om te eten. Was de nood een keer echt hoog dan bleef een kind gewoon op school en lette een van de leerkrachten op. Pas in februari 1987 werd met het officiële overblijven van start gegaan. Van die 30 jaar dat kinderen officieel kunnen overblijven op Op ’t Hof is Yvonne van Mourik al ruim 25 jaar bij de organisatie van het overblijven betrokken. Reden voor terug- en vooruitblik.

Financiën

,,Zelf ben ik nooit overblijfouder geweest,’’ vertelt Yvonne. ,,Ik zat ook niet in de Ouderraad of Medezeggenschapsraad. In augustus 1992 werd ik benaderd door de toenmalige secretaris van “Overblijfregeling Op ’t Hof” mevrouw P.Koot met de vraag of ik de financiën van het Overblijven wilde overnemen en bijhouden. Meester J. de Jongh was de voorzitter van de Overblijfregeling. Mijn kinderen zaten natuurlijk wel op school’’ Die kinderen zijn inmiddels allang volwassen en Yvonne is zelfs al oma van drie kleinkinderen. De financiën van de overblijf op Op ’t Hof is ze echter altijd blijven doen.

Vergoeding

De jongste kinderen hadden de eerste jaren van ‘de overblijf’ tussen de middag nog anderhalf uur vrij en met eten werd gewacht tot ook de oudere kinderen uit waren. Overblijfouders waren dan ook ruim anderhalf uur nodig en om de kinderen bezig te houden werden ook speelattributen voor binnen en buiten aangeschaft. ,,Dat werd betaald uit het overblijfgeld dat door ouders werd betaald. De overblijfouders kregen ook altijd een vergoeding. Die vergoeding wisselde nogal eens en was eerst ook afhankelijk van het aantal kinderen dat overbleef.’’ Yvonne kan dat allemaal nog terugvinden in het papieren archief dat zij beheert. ,, In 1996 kregen zij bijvoorbeeld 18 gulden per keer, dit bedrag wisselde ook want dat was afhankelijk van de opbrengst in die periode, men was er ook langer aanwezig. Tegenwoordig is het een vast bedrag van € 7,50 per keer. Het bedrag mag niet te hoog zijn want anders geldt het niet meer als een vrijwilligersvergoeding en moet je het aan de belastingdienst als inkomsten opgeven.’’

Groei

De school had lange tijd een lokaal beschikbaar als overblijflokaal waar ook alle spullen van de overblijf bewaard werden. Bij slecht weer kon daar gespeeld worden. ,,Destijds was de opzet van het overblijven heel anders, veel informeler. Dat kon ook omdat er veel minder kinderen overbleven dan tegenwoordig. Er werd vaak met maar een overblijfouder gedraaid. ’s Ochtend werd bekeken of er meer dan 12 kinderen waren en als dat het geval was werd de reserve ouder ingeschakeld. Het beleid was 1 ouder op 12 kinderen, dat is nog steeds zo. Tegenwoordig zijn de groepen een stuk groter en ook alle schoollokalen zijn in gebruik. Per week zijn er gemiddeld 50 per dag. De dinsdag en donderdag zijn het drukst, dat is eigenlijk altijd al zo geweest. We werken nu met acht overblijfkrachten. Vroeger waren dat bijna altijd ouders, nu zijn de meesten dat juist niet.’’ Met de groei van het aantal kinderen dat overblijft veranderde ook de werkwijze. ,,In het verleden zorgden we zelf voor drinken bij het brood dat de kinderen zelf meebrachten. Dat sloeg ik in bij de groothandel. Ook werd er thee gezet en konden kinderen heet water voor meegebrachte cup-a-soup krijgen. Dat betekende naderhand ook heel veel bekers afwassen en er werd later zelfs een vaatwasmachine aangeschaft uit de kas. Tegenwoordig nemen kinderen hun eten en drinken zelf mee en er wordt ook bijna niet meer binnen gespeeld. Alleen als het heel slecht weer is. Ze gaan eigenlijk altijd wel naar buiten waar de overblijfkrachten dan ook toezicht houden tot de leerkrachten op het plein komen. We hebben al lang geen eigen lokaal meer. De kinderen eten in hun klas en de hoogste groepen in de hal.’’

Genoeg animo

Hoewel er soms een oproep in de Dorpskrant staat waarin overblijfkrachten gevraagd worden zijn er eigenlijk niet echt problemen om vacatures te vervullen. ,,Het lost zichzelf eigenlijk altijd wel op. Ouders geven zich niet snel op maar er zijn ook anderen die het gewoon leuk vinden om te doen. Men hoeft niet een band met de school te hebben. Het is ook leuk voor mensen die wat om handen willen hebben en het leuk vinden om met kinderen bezig te zijn.’’ Zelf is Yvonne niet vaak op school. ,,Mieke Koopman wel, zij zorgt voor de dagelijkse administratie. Het bijhouden van wie overblijft en de betalingen. Als nieuwe mensen zich opgeven als overblijfhulp zorg ik voor een pakketje met informatie. Eens in de zoveel tijd hebben we overleg met de groep. Het maken van het rooster voor de overblijfkrachten, de overblijfkaartjes, de uitbetalingen, kortom het reilen en zeilen in zijn totaliteit, behoren ook tot mijn taken.’’ En Yvonne is de schakel met de schooldirectie.

Toekomst

In het verleden werden voor overblijfkrachten wel speciale cursussen aangeboden, tegenwoordig zijn er altijd wel een aantal van de overblijfkrachten die zelf een EHBO- of BHV-diploma hebben. ,,Het is nu allemaal nog papierwerk. We hebben het wel eens over digitaliseren, dat ouders met behulp van een app hun kind voor het overblijven aanmelden en ook daarmee betalen. Maar zover is het nog niet. Er zijn ook scholen met een continurooster die geen overblijf meer hebben zoals wij het nu doen. Daar eten kinderen met de eigen leerkracht in de klas. Bij Op ’t Hof is hier nog geen sprake van.’’ Aan stoppen denkt Yvonne voorlopig nog niet, daarvoor vindt zij het werk achter de schermen van ‘de overblijf’ veel te leuk. Zoals bijvoorbeeld het twee keer per jaar organiseren van een bijeenkomst voor de overblijfkrachten. ,,De laatste keer zaten we in De Beurs in Geldermalsen met koffie en gebak, dat is gewoon heel gezellig en erg leuk om te regelen.’’