Jaargang 15, nummer 7
26 mei 2017

Trichtse bewoners vertellen…de windhoos 1967

Op zondag 25 juni 2017 wordt in Tricht de windhoos van vijftig jaar geleden herdacht. In de toeloop naar deze herdenking, komen bewoners in een maandelijkse rubriek aan het woord om hun herinneringen aan die bewuste dag in 1967 te delen. Deze keer vertelt Coby Ebben-van de Water haar verhaal.

‘De herinneringen over de windhoos zijn deels mijn eigen herinneringen en een deel van horen zeggen’, legt Coby uit. Coby was, als jongste uit een gezin van vijf dochters, pas vier jaar oud toen de windhoos Tricht trof. Haar ouders hadden een boerenbedrijf aan de Nieuwsteeg.

Coby: ’De stem van mijn moeder, dat is wat ik heel goed herinner. Het was geen paniek, maar je wist gelijk dat het menens was. We waren buiten aan het spelen samen met nog twee nichtjes en een neefje. Mijn zus die aan het badmintonnen was, zei tegen mijn moeder dat er troep in de lucht hing. Mijn moeder zag de donkere lucht en de windhoos recht op onze boerderij af komen. In een halve minuut had ze alle acht buiten spelende kinderen naar binnen gehaald om te gaan schuilen in de kelder. Door de zware luchtdruk lukte het niet om het luik te openen. Terwijl de windhoos over de boerderij raasde, bleven we in de gang dicht tegen elkaar aan staan. Toen het stiller werd buiten, duurde het nog lang voor dat we de voordeur van onze oude terpboerderij open konden krijgen, de deuren waren ontzet.’

Eenmaal buiten zag de familie dat de hele boerderij en de stallen waren weggevaagd. Coby’s vader, die op het veld werkte toen de windhoos kwam, heeft het allemaal op een afstand zien gebeuren. ‘Het verlies van het huis en bedrijf, was een zware klap voor mijn ouders’, vertelt Coby verder, ‘er moest zoveel geregeld worden; een acute slaapplaats vinden, regelwerk met de instanties en nadenken over hoe ze alles weer op gingen bouwen. Wij konden, na tien dagen bivakkeren bij familie, terecht in één van de opgeleverde huizen in de Rutger Jacobstraat. Daar hebben we twee jaar gewoond tot dat de boerderij op de Nieuwsteeg weer was opgebouwd.’

Het dagelijks leven na de windhoos werd al snel door de bewoners opgepakt. Ruimte om met de kinderen over de gebeurtenis te praten was er niet. Ook op de basisschool werd er nauwelijks met de leerlingen gesproken over wat hen is overkomen op die zondag 25 juni. Coby: ’Mijn zus werd erg bang als er slecht weer aan kwam. Dan was ze onhoudbaar in de klas. De meester stuurde haar dan maar naar huis. Iedereen wist wel waar de angst vandaan kwam maar zorg en professionele begeleiding was er in die tijd gewoonweg niet.’

Coby herinnert zich als klein kind maar een paar gebeurtenissen van die tijd zoals het bezoek van Koningin Juliana. Coby:’ Mijn moeder was één van de bewoners die een praatje met haar heeft gemaakt, dat vond ik heel bijzonder. Wat ook indruk maakte, was dat ik een pasje kreeg om in het gebied te komen.‘ Al vanaf dag één werd er geplunderd. Het was een onzekere periode, men wist niet of spullen waren weggewaaid, onder het puin lagen of gestolen waren. Coby: ’Toch was het niet alleen maar ellende. Als kind hebben we nog jaren archeoloogje kunnen spelen rondom het huis. Je vond altijd wel weer iets van bestek in de grond.’

Irene van Helden.