Dorpskrant Tricht

De column van Hanneke: Goudvis

Mijn zoon kreeg drie jaar geleden een goudvis voor Sinterklaas. Hij noemde hem Andijvie en vanaf dag één nam hij zijn rol als verzorger buitengewoon serieus. Hij praat met hem, als hij weggaat zegt hij wat hij gaat doen en als hij terugkomt vraagt hij altijd hoe het gaat.

Geen idee wat de wetenschap zegt over het verstand en het sociale gevoel van goudvissen maar

volgens mij is dit een intelligent en sympathiek exemplaar. Als zijn baasje binnenkomt, zwemt hij

kwispelstaartend naar het ruitje van zijn bak en hij komt met zijn bek boven water als het potje voer opengaat. Hij laat zich zelfs aaien. Ik vind dat vies en het lijkt me niet gezond voor zijn schubben maar vis en baasje worden er niet ziek van, eerder goede vrienden.

Toen mijn zoon een tijdje in het buitenland zat, zorgde ik voor de vis. Ik verschoonde de bak vaker dan gemiddeld maar hij reageerde nauwelijks als ik aan kwam lopen en hij liet zich al helemaal niet door mij aaien – niet dat ik het vaak probeerde maar hij bood zijn ruggetje ook niet echt aan.

Sinds de baas weer thuis is, is er van alles veranderd. Hij (de vis, niet mijn zoon) heeft een veel

grotere bak gekregen, een echt aquarium met verlichting en een filter en een kasteeltje en een

rotswand en veel plantjes. Heel griezelig, hij is twee keer zo groot geworden opeens. En hij heeft een medebewoner, een piepkleine goudvis die zich eerst vooral verstopte in de nisjes van die rotswand maar nu pesterig om hem heen dwarrelt, terwijl hij met af en toe een beweging van zijn grote vinnen door het aquarium zweeft.

Die nieuwe heeft nog geen naam.

Ik vraag me af of dat er überhaupt van gaat komen.

Deel op Facebook Deel op Twitter Verstuur via WhatsApp