Dorpskrant Tricht

Waardevol rivierenlandschap

BERICHT - Een goed leefgebied voor de wilde bijen die in Rivierenland voorkomen, bestaat

voornamelijk uit bloemrijke vegetatie met open stukken grond. Daarbij is het

belangrijk dat er aandacht is voor inheemse plantensoorten: planten die van nature

in een gebied voorkomen. Het zijn de soorten die, zonder menselijk ingrijpen, al

eeuwenlang in het rivierengebied groeien.

Het landschap vroeger en nu

Het huidige rivierengebied is voor het grootste deel ontstaan in het Holoceen. De rivieren meanderden met een brede bedding door het lage landschap en zorgden hiermee voor afzetting van bodem met veel voedingsstoffen. Op de hooggelegen gedeelten, de stroomruggen, vindt van oudsher al akkerbouw en fruitteelt plaats. De komgronden achter de stroomruggen zijn de lager gelegen natte gebieden waarin meer klei is afgezet. Hier vindt veeteelt plaats en teelt van wilgentenen (in grienden).

Drie grote veranderingen

Het landschap in het rivierengebied maakte onder invloed van de mens drie grote veranderingen door. De eerste was de ruilverkaveling. De tweede de grootschalige kap van de hoogstamfruitbomen die werden vervangen voor laagstamfruitbomen. Beide hadden naast het beeldbepalende aspect ook grote gevolgen voor de biodiversiteit. De derde grote verandering in het gebied – vooral voor de flora – is het gevolg van de grootschalige dijkverzwaringen eind jaren 90.

Landbouw

Verder is de intensivering van de landbouw en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, de aanleg van grootschalige infrastructuur en bedrijventerreinen van grote invloed geweest op de achteruitgang van biodiversiteit in het landelijk gebied.

Stroomdalflora en glanshavervegetaties

In het rivierengebied komt veel zogeheten ‘stroomdalflora’ voor. Deze groep planten bestaat uit ongeveer 250 soorten die zich vanuit Midden-Europa langs de rivieren heeft verspreid. Daarnaast staat het gebied bekend om zijn glanshavervegetaties, die in grote mate door menselijk handelen (maai-/hooibeheer) zijn ontstaan. Je treft dit type vegetatie daarom veelvuldig langs wegen, spoor- en rivierdijken, maar ook in hooilanden. In het voorjaar worden deze vegetaties gedomineerd door rozetplanten en vlinderbloemigen, in de zomer nemen de grassen en soorten uit de schermbloemenfamilie het over.

Fruitbomen en landschapselementen

Naast kruidachtige bloemen waren er in het landschap vóór de ruilverkaveling en de grootschalige kap van hoogstamboomgaarden meer (soorten) fruitbomen en lijnvormige landschapselementen met bloeiende heesters. Deze soorten hebben niet alleen een cultuurhistorische waarde, maar vormen ook belangrijk leefgebied voor wilde bijen. Natuurlijk gaat het dan om diverse appel- en peersoorten, maar ook kweepeer, moerbei, mispel, amandel, abrikoos en kwets. Heesters als sleedoorn, meidoorn, vuurdoorn, kardinaalsmuts, Gelderse roos, maar ook kleinfruit zoals kruisbes en framboos waren ook volop in het landschap te zien.

Deel op Facebook Deel op Twitter Verstuur via WhatsApp