Dorpskrant Tricht

De column van Hanneke: Duik

Ze zouden zeker meegaan, die zonen van mij. ‘’s Avonds een vent, ’s ochtends een vent’, die houding. Van de oudste zouden vrienden blijven slapen en die zouden het vast ook wel mooi vinden, zo’n nieuwjaarsduik. Kwamen ze tenminste op tijd hun bed uit. En dat koude water zou vast goed werken tegen een kater. Hoe dichterbij de jaarwisseling kwam, des te enthousiaster werden ze. Of er genoeg zwembroeken in huis waren en voor iedereen badslippers en waterschoenen.

Bij ons ging het andersom. Ook wij zouden meedoen. Vorig jaar waren we er ook al bij en dat schept toch een verplichting. De herinnering aan de kou was bedolven onder herinneringen aan de gezelligheid, de glühwein en het respect van de toeschouwers. Maar ergens op oudjaarsdag zei ik voorzichtig: ‘We doen morgenochtend rustig aan hè,’ waarop hij meteen antwoordde: ‘Ja joh, we moeten uit Zeist komen en we gaan heus niet de wekker zetten.’

We hadden een leuke jaarwisseling: lekker eten, spelletjes, lachen, laat naar bed. De volgende ochtend bleven we maar zeggen dat we geen haast hadden: eerst uitgebreid ontbijten, dan rustig inpakken en op ons dooie akkertje naar huis. Zo erg was het niet als we de duik zouden missen en de jongens wisten alle spullen ook zonder ons wel te vinden. De buren wisten trouwens dat we niet thuis waren geweest dus die zouden het best begrijpen als we er deze keer niet bij waren.

Om kwart voor twaalf reden we onze straat in. ‘Dat redden we nooit meer,’ zei ik. Er liepen groepjes mensen met handdoeken langs ons huis en een buurvrouw riep: ‘Tot zo!’

Er was geen enkel excuus meer.

We waren net op tijd. Het was druk en modderig en ijskoud. Ik verloor een waterschoentje. Er was glühwein, krentenbrood en muziek. We kregen applaus en complimenten, maakten praatjes en toen mijn blote voet gevoelloos was geworden, gingen we naar huis.

Daar was alles en iedereen nog in diepe rust.

Deel op Facebook Deel op Twitter Verstuur via WhatsApp