Dorpskrant Tricht

70 jaar plattelandsvrouwen Buurmalsen-Tricht

,,De vrouw en het konijn horen thuis’’

BUURMALSEN/TRICHT - Begin twintigste eeuw, in de tijd van de eerste emancipatiegolf, werden vrouwenverenigingen opgericht. Pas na de tweede wereldoorlog kwamen er ook afdelingen in de West-Betuwe. Zo werd in 1952 de afdeling Buurmalsen-Tricht van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen opgericht. Dit jaar het 70-jarige bestaan door Vrouwen van Nu (de huidige naam van de vereniging) bescheiden gevierd. Ging het zeventig jaar geleden vooral om de ontwikkeling van en voorlichting aan vrouwen, nu staan de sociale contacten voorop. In 2002 werd mevrouw N. van Dorp-van Iterson, als een van de initiatiefneemsters, door het Nieuwsblad Geldermalsen geïnterviewd over die begintijd.

Ontwikkeling van het platteland

Mevrouw van Dorp kwam in 1946 in Tricht wonen. Als vrouw van de plaatselijke huisarts werd zij begin jaren vijftig benadert door vertegenwoordigers van de Gelderse Maatschappij voor Landbouw. Waaronder mejuffrouw Vorrink van het provinciale bestuur. ,,Ze kwamen bij mij aan de deur vragen of ik wilde meedoen om een afdeling van de plattelandsvrouwen op te richten. Ik had er eigenlijk helemaal geen tijd voor maar ik dacht, dat is je taak. Mijn man was al betrokken bij andere verbeteringsplannen op het sociale vlak. Het was nog vlak na de oorlog. Minister Mansholt stuurde aan op de ruilverkaveling. Het platteland moest zich ontwikkelen. Boerinnen en arbeidersvrouwen moesten algemene ontwikkeling krijgen. Die Gelderse Maatschappij speelde een belangrijke stimulerende rol.’’

Buurmalsen en Tricht

Dat Buurmalsen en Tricht samen een vereniging kregen was niet zo verwonderlijk. Al sinds de Napoleontische tijd vormden deze twee dorpen één gemeente. Daarvoor hoorden de dorpen in feite ook al juridisch bij elkaar en vielen onder het graafschap Buren. De oprichtingsvergadering vond plaats in Buurmalsen, in logement de Hollandse Tuin, dat stond op de hoek van de Burensedijk en Rijksstraatweg. Er waren ongeveer 15 vrouwen uit Tricht en Buurmalsen aanwezig. Vervolgens kwam men om en om in Buurmalsen en Tricht bij elkaar. ,,In Tricht zaten we in het café Schippers Welvaren, nu Appel & Peren. Bij Toering was dat,’’ weet mevrouw van Dorp nog. ,,We kregen zilveren theelepeltjes bij de koffie. We werden daar als haar gasten ontvangen.’’ Later kwam men bijeen in het Groene Kruisgebouw aan de Groeneweg. Veel leden van de vereniging hebben geholpen om geld voor dat gebouw bij elkaar te brengen, net als later voor het dorpshuis.

Honger naar kennis

Leden kwamen uit alle lagen van de bevolking. Van begin af aan is het een gemengde vereniging geweest. Alle vrouwen konden lid worden, ongeacht hun achtergrond. Die achtergronden waren heel uiteenlopend. Buurmalsen was een agrarisch dorp. In Tricht zat meer import, van oudsher woonden er veel mensen van het spoor. Sommigen zagen die vrouwenvereniging wel als een bedreiging. Vrouwen werden veel te mondig als ze daarheen gingen. Vrouwen hoorden gewoon thuis. Mevrouw van Dorp vroeg mannen wel eens of hun vrouw wilde komen. ,,De vrouw en het konijn horen thuis te zijn.’’ kreeg zij van één van hen als antwoord. Die bewuste vrouw is ook nooit gekomen. ,,We hebben geen propaganda hoeven maken, de mensen waren er aan toe. Moeders hadden een honger naar kennis. In de oorlog hadden ze een ontzettend moeilijke tijd gehad, maar werden daardoor wel vindingrijk. En kregen daardoor meer zelfvertrouwen.’’

Voorlichting

Die ontwikkeling en voorlichting uit met name de eerste jaren waren heel belangrijk. ,,Voorlichting was de enige manier om vrouwen te bereiken. Je moet niet vergeten dat er verder niets was,’’ legt mevrouw van Dorp uit. ,,Nu heb je de televisie waar je informatie vandaan haalt. In het begin hebben we een geweldige steun gehad aan de provinciale bond. We hadden sprekers en cursussen waaraan je vrijwillig kon deelnemen. De handwerken hebben bij ons een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. Het is verbazingwekkend dat je in 50 jaar zo weinig in herhaling valt. Altijd weer nieuwe technieken. De handwerken van nu zijn heel anders dan 50 jaar geleden. De voorlichting was op allerlei terreinen. Huishoudelijk, financieel en bedrijfsvoering. Men leerde het belang van luchten, want vroeger deed men de ramen niet open, bang dat het verkeerde binnen kwam. En over hygiëne, mensen gingen meer in bad. Ook wat betreft kinderverzorging is veel gebeurd. De wijkverpleging speelde hierbij een grote rol.’’

Vooruitstrevend

Het was soms zelfs heel vooruitstrevend. Mevrouw van Dorp leidde zelf gespreksavonden in de regio. ,,Over verantwoorde gezinsvorming, dat was met de opkomst van de pil. Over wat werk voor mensen betekent. Over euthanasie. Daar kwamen hele open gesprekken uit voort. Een vriendin van mij, die kleuterleidster was, kwam vertellen over het kleuteronderwijs. Hier zei iedereen toen nog: een kleuter doe je toch niet naar school sturen. Er was voorlichting over de overgang. Maar ook over hoe je zelf een bed en matrassen kon maken of stoelen matten. Voorlichting over inrichting van huizen, hoe hoog een aanrecht moest zijn. Over soorten vloeren. En de cursus ‘De huisvrouw repareert zelf’. Zo leerden we bijvoorbeeld een nieuw snoer aan de strijkbout te zetten.’’ Ook werden excursies gemaakt. ,,We huurden dan een busje, dat konden we nog wel trekken. Naar een modelwoning ingericht met moderne meubels en gericht op het efficiënt werken in huis. Of de ruilverkaveling in de Bommelerwaard, de vuilnisbelt van de Avri, de brug bij Zaltbommel, een geitenboerderij in Asch, een kaasmakerij in Gouda.’’ Mevrouw van Dorp was van mening dat de plattelandsvrouwen echt wat betekend hebben. ,,Zeker voor de algemene ontwikkeling en het zelfvertrouwen van vrouwen. Ik denk dat we iets hebben toegevoegd. In de begintijd waren we met jonge vrouwen. Nu hebben we een stoffiger imago gekregen. De boodschap toen: ontwikkeling van de vrouwen op het platteland, is nu achterhaald. Maar zo vlak na de oorlog was het in de Betuwe best nog primitief. Er was na de oorlog nog geen riolering of water. En gas kwam zelfs pas begin zeventiger jaren in Tricht.’’

Wandkleed 50 jarig jubileum

Dit jaar werd het zeventigjarige jubileum bescheiden gevierd. Twintig jaar geleden was het uitbundiger en ontwierpen drie leden van de afdeling een jubileum wandkleed, dat werd in 10 weken tijd gemaakt. Zij vroegen alle leden hun naam op een willekeurig blauw lapje te borduren. Dat werd uiteindelijk ‘de Linge’, waaraan beide dorpen gelegen zijn. Het water, eeuwigdurend in beweging en actie, symboliseert de groei, vooruitgang en het streven naar het doel van de Bond van Plattelandsvrouwen. Aan de oever het vignet met de jaartallen en de beide kerkdorpen Buurmalsen – Tricht.

Sociale contacten

Met het verstrijken der jaren is de gemiddelde leeftijd van de leden steeds hoger geworden. Bestuurslid Betty Hakkert uit Buurmalsen kent nog de tijd dat er ruim 100 leden waren. Nu zijn het er 54. Het jongste lid is uit 1955. Het oudste lid is 99. ,,Ze is nog met haar dochter op ons jubileumfeest geweest. In coronatijd hebben we contact proberen te houden met onze leden, twee keer met een kerstpakket, een taartje met Pasen en af en toe een mailtje.’’ Want in tegenstelling wat vaak wordt gedacht zijn de vrouwen bijna allemaal gewoon via mail te bereiken. ,,Met de maandelijkse avondbijeenkomsten in het Dorpshuis Tricht zijn we weer gestart. Gemiddeld komen dan 35 mensen. Er werd lange tijd van het Groene Kruis gebouw aan de Groeneweg gebruik gemaakt (waar tegenwoordig Huisartsenpraktijk gevestigd is). Iedereen had een eigen kopje mee voor de koffie en thee. En betaalde een kwartje waarvan de koffie en lief en leed werden betaald. Voordat de ouderensozen kwamen werden de ouderen uit de dorpen uitgenodigd voor kerstvieringen. Het ene jaar in het dorpshuis van Buurmalsen het andere jaar in Tricht. Nu komen we in principe altijd in het dorpshuis Tricht bij elkaar.’’ Vrouwen van Nu organiseert ook fietsmiddagen gedurende het voorjaar en de zomermaanden.

Toekomst

Hoe de toekomst van Vrouwen van Nu er uit zal zien? De dochters van de huidige leden maken andere keuzes, zij leven ook in een tijd waarin vrouwen meestal buitenshuis werken en er bovendien veel meer te kiezen valt. Voor Betty Hakkert was er jaren geleden alleen de keus tussen lid worden van de kerkelijke vrouwenvereniging of van de plattelandsvrouwen. Ze koos het laatste en heeft daar absoluut geen spijt van. ,,Het heeft mij heel veel gebracht. Ik heb er allerlei mensen ontmoet, ben provinciaal actief geweest en heb heel veel van anderen geleerd. Vooral door het ontmoeten van mensen buiten je eigen omgeving, tussen agrariërs zoals ik zelf en niet-agrariërs. Zien hoe anderen in het leven staan. Dat heeft mijn blik verruimd.’’ Ook door haar contacten met mensen zoals mevrouw van Dorp. ,,Een zijdelingse opmerking van haar is mij zo bijgebleven. ‘Ramen zemen, dat is het laatste wat je moet doen want je hoeft er niet van te eten’ zei ze een keertje. Ze vond dat je moest zorgen voor een goede pot eten, goed sanitair en een schone was. Dat was waar een gezin wat aan had.’’

Deel op Facebook Deel op Twitter Verstuur via WhatsApp